Hillegemnaren

Ze zijn erg bekend in de regio, de 'Hillegemse lekkers'.
Voor alle duidelijkheid: dat 'lekken' heeft niets te maken met enige vorm van incontinentie.
Lekken is de dialectische vorm van 'likken', wat volgens Van Dale betekent: met de tong over iets heen en weer gaan. Over wie wat lekt, heerst in Hillegem nog twijfel.
Twee volksverhalen leveren elk een verschillende verklaring voor de Hillegemse spotnaam.
Beide verhalen spelen zich af rond de kerktoren.

Een eerste volksverhaal, waarvan ook vergelijkbare versies bestaan in de gemeenten Olen, Hasselt, Heldergem en Balen is dat van de koe en de kerktoren. Op de vooravond van de kermis, toen elk huisje en tuintje in Hillegem er al proper bij lag, merkte een inwoner op dat er gras groeide op de kerktoren. Niet zomaar een geïsoleerd sprietje, maar hele pollen mals gewas waar een koe gemakkelijk haar buik kon van dik eten. Dit bracht de Hillegemnaren op een idee: een koe werd aangevoerd en met touw en katrol de hoogte in gehesen. Het dier zou op milieuvriendelijke wijze de toren ontdoen van het ontsierende onkruid. Nog voor het dier de groene top had bereikt, raakt het in ademnood. Haar tong bengelde vervaarlijk uit de muil maar de omstanders interpreteerden dat als een geil koeiensignaal bij de start van haar royale maaltijd. 'Trekt voort want ze lekt al', schreeuwden de Hillegemnaren. Hoe het verder afliep, weet niemand. Maar een zaak is zeker: sedert die heuglijke kermis noemt men de Hillegemnaren 'lekkers' of 'torenlekkers'.

Hillegemnaren worden ook Sirooplekkers, Pintlekkers of Potlekkers genoemd.
Die namen vinden hun oorsprong in een ander verhaal. Heel lang geleden was de dorpskern in zodanig verval geraakt dat het gebouw diende gesloopt om ter plekke een nieuw kerkgebouw te kunnen optrekken. In allerijl werd een noodkerk ingericht in de schuur van een naburig hof. Maar de belleman was ziek en het parochieblad nog niet uitgevonden. De pastoor vroeg zich af of zijn gelovigen wel onaangekondigd hun weg zouden vinden naar de nieuwe locatie voor de zondagsmis. Samen met de koster spande hij op manshoogte een dik touw, rijkelijk besmeerd met lekkere stroom, van de oude kerkdeur naar de boerderij. Toen de devote Hillegemnaren op zondagochtend gewoontegetrouw naar de kerk gingen, roken ze het zoete smeersel en begonnen spontaan aan het touw te likken. Al 'lekkend' bereikten ze zo de noodkerk waar de pastoor hen al stond op te wachten. De bijnaam 'sirooplekkers' zouden de Hillegemnaren nooit meer kwijtraken. Van dat 'lekken' blijven in Hillegem nog een paar concrete zaken over: de Vrije Basisschool organiseert er elk jaar de 'lekkerfeesten' en in de Hillegemse pastorie hangt nog een oude prent met het tafereel van de lekkende koe. Rond 1900 verschenen ook prentkaarten met diezelfde afbeelding.

bron: herman laneau - Het Nieuwsblad - 26 mei 1995